EEN KERKELIJKE UITVAART

flyer“Als katholieken afscheid nemen….” Onder dat motto vragen we rond Allerzielen (2 november) aandacht voor de kerkelijke uitvaart. Parochies maken het regelmatig mee dat mensen, die hun leven lang trouw naar de kerk zijn gegaan, bij hun overlijden zonder kerkelijke uitvaart worden begraven of gecremeerd. Vaak wordt door de nabestaanden als argument gebruikt dat ze zelf “niet meer zoveel met het geloof hebben”. Maar daarmee onthouden ze hun overleden vader, moeder of grootouder die wel gelovig was, een belangrijke gebeurtenis: namelijk een kerkelijk afscheid. Bovendien ontnemen nabestaanden die zo redeneren, ook zichzelf de mogelijkheid om geraakt en getroost te worden door de woorden en rituelen die de kerk daarvoor al eeuwen heeft.
Meer info op www.kerk-lubbeekglabbeek.be/node/7

Advertenties

EEN COLUMN OVER BEGRAVEN IN “INTIEME KRING”…

uitvaart“Mijn vriendin is begraven in besloten kring. Mooi is dat, en ik dan?”
door Phaedra Werkhoven, 29 juli 2017, http://www.trouw.nl

Er viel een rouwkaart op mijn mat. De tweede al in twee weken tijd. Ik ruk de envelop open. Ach, ome Henk. Mijn kleurrijke ome Henk, die ik al in geen eeuwigheid meer heb gezien, maar op mijn netvlies zit gebrand.

Ik kijk wanneer de begrafenis zal zijn. Oh, hij blijkt al te zijn begraven of gecremeerd. Dat zegt de kaart niet. “In besloten kring afscheid genomen” staat er. Alles heeft Henk zelf zo gekozen. De dood is met steeds meer keuzes omgeven. Niet dat al die keuzes het gemakkelijker maken. Ook niet voor de omgeving. SGP-voorman Van der Staaij poerde pas het euthanasie-litteken open in The Wall Street Journal in de hoop dat het buitenland ons land zal wakker schudden.

Verontrustend telefoontje, twee weken geleden. Marie ligt op sterven. Ze was de beste vriendin van mijn ouders. Sinds zij stierven zestien jaar geleden, nodigde ik haar iedere kerst bij ons uit aan de dis. Marie, mijn lijntje naar mijn ouders. Zonder haar geen kerst. Zo voelde het.

Tegen een vriendin van Marie aan de telefoon die ik niet ken roep ik vlak voor ik haar wil wegdrukken: “Ik kom er nú aan.” “Ho, wacht, ze wil niemand zien’, zegt ze ineens. “Ze wilde dat ik je belde, maar ze kan het niet aan om je te zien, hoe moeilijk dat ook voor je moet zijn.” Ik val even stil. “Ze wil me niet zien? Ja maar, Marie weet hoe ik ben”, roep ik. “Ik beuk altijd overal doorheen, ik kom er nu aan”, zeg ik weer, terwijl inmiddels tranen over mijn wangen stromen. “Ze wil het echt niet. Ze is heel zwak.” Kan me niet schelen, ik wil haar aankijken, omhelzen. Ze bezweert me dat ze het morgen nog eens zal vragen en me dan meteen zal bellen.
Is het niet van iedereen?

Ik denk terug aan hoe Marie, toen mijn vader stierf, mij, mijn zus en mijn moeder bijstond. Dat wij de neiging hadden om niemand uit te willen nodigen, mijn vader stiekem te begraven, alle pottenkijkers van het erf wilden schoppen. Laat ons in totale ontreddering! Marie zei: “Hou eens op, dat kunnen jullie niet maken. Mensen willen afscheid nemen.” Ze praatte op ons in. Ze had gelijk. En juist zij, juist zij, wil er nu alleen tussenuit knijpen. Ik app de vriendin, of ze dan misschien iets aan Marie wil voorlezen. Herinneringen druppen in tranen. In een waas tik ik een afscheid aan Marie. Hoe ik haar bewonderde, dat ze zoveel voor me betekende, hoeveel ik van haar hield. Even later krijg ik antwoord. “Ze was heel blij met je bericht, traantjes. Je krijgt een kus.” Nog geen twee dagen later sterft ze. Een kaart. Besloten kring, zoals ze wenste, zoals ze was, staat er. Ze was helemaal niet zo. Gewoon zomaar weg. Mooi is dat, en ik dan?

In het hoe en wanneer we sterven mogen we zelf kiezen. Maar is het afscheid niet van iedereen? Begraaf mij nooit in stilte, fluister ik tegen mijn kinderen die net zo ontzet zijn dat er noch een laatste ontmoeting, noch een begrafenis is. “Ook al beweer ik dan anders, begraaf me met al het kabaal van de wereld.”